Marcel Messing

Lijst van Aanbeveling

De werken van de vrouw

 
Rafael, Adam en Eva
Jezus zei: Ik ben gekomen om een einde te maken aan de werken van de vrouw.[i]
Een verontrustende uitspraak van een groots wereldleraar.

Mijn persoonlijke weg om hier een verklaring voor te vinden was een langdurige zoektocht waarin ik leerde zien welke machten en krachten deze wereld sturen en beheersen. Om daar weet van te krijgen heb je een open geest nodig. Het is als het verhaal van Columbus aankomst op de kust van Zuid-Amerika. De indianen daar zagen het schip op zee niet omdat ze zoiets nooit gezien hadden. Pas toen een van de wijze stamoudsten het waar begon te nemen en beschreef, werd het voor de anderen zichtbaar. We zien namelijk niet zo zeer met onze ogen, maar we zien wat ingeprent is en wat onze hersenen erover vertellen. Om te gaan zien wat we niet kennen moeten we dieper durven kijken. Dat kan zeer verontrustend zijn.

De woorden van Jezus vormen een wegwijzer:
Laat hij die zoekt niet ophouden met zoeken totdat hij vindt
en als hij vindt, zal hij verontrust worden
en als hij verontrust is, zal hij zich verwonderen
en hij zal over het al heersen.
[ii]

De eerste vrouw
In de bijbel komt de naam Eva slechts 2 maal voor.
In Genesis 3:20 Geeft Adam aan Eva haar naam die, in het Hebreeuws Hawwāh, ‘moeder van alle levenden’ betekent. De naamgeving geschied nadat ze Adam verleidde een appel te eten van de boom van goed en kwaad. Als straf voor het eten van deze verboden vrucht staat in de Statenbijbelvertaling[iii]: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht, met smart zult ge kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.
De man wordt boven de vrouw geplaatst en de vrouw wordt tot pijn en lijden veroordeeld bij het krijgen van nageslacht.

In Genesis 4:1 staat geschreven dat Eva zwanger wordt en een zoon baart: Kain, in de statenbijbel zegt ze dan: Ik heb een man van de Heere verkregen. En vervolgens staat er in Genesis 5:3 En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon nu een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde hem Seth.

John R.S. Stanhope, de verleiding van Eva

Seksualiteit
Wij zijn geschapen, man en vrouw. De man is in de alledaagse wereld de uitgaande kracht en de vrouw de ontvangende kracht. De begeerte van man en vrouw zijn verschillend, de man verovert, de vrouw lokt, het spel van seksuele aantrekking. De seksuele daad zelf is slechts een moment van vervulling, dat als eenwording kan voelen, waarna er weer scheiding is. Er blijft een steeds terugkerend verlangen naar die daad en het bijbehorende gevoel.
Wat gebeurt hier eigenlijk? Om daar een antwoord op te vinden gaan we een ander scheppingsverhaal bekijken.

Een ander scheppingsverhaal
Hier volgt een sterk verkortte samenvatting van het scheppingsverhaal uit het apocriefe Geheime Boek van Johannes.[iv] (De cursieve tekst is een samenvatting in mijn woorden. Daaronder staan steeds mijn opmerkingen)
Het begint met een prachtige beschrijving van God met uitspraken als:
‘De eenheid is soeverein, daarboven is niets’, ‘men mag Hem niet als goden voorstellen want hij is grootser dan dat’, ‘Hem ontbreekt niets dat Hem zou kunnen vervolmaken omdat Hij steeds volmaakt is’, ‘Hij is het licht, onbegrensbaar, onmetelijk, grootheid en goedheid’.
Binnen deze goedheid die God is, ontstonden talloze lichtende krachten, één daarvan is Sophia. Nu vindt er binnen de schepping een afscheiding plaats omdat Sophia (als eon, een gedachtevorm) iets uit haarzelf wilde voortbrengen.
Sophia kent hier het eerste verlangen tot zelf scheppen.

‘Haar gedachte was onvolmaakt en zij verborg het duistere wezen dat daaruit ontstaan is en noemde het Jaldabaoth, dit is de eerste archont die, in zijn duisterheid, lichtkracht aan zijn moeder onttrok en geen besef heeft van de liefdevolle lichtende krachten boven haar.
Hij schiep voor zichzelf nieuwe machten en krachten (archonten) en werd hun god. Hij zei: ‘Ik ben een jaloerse god en naast mij bestaat geen ander’.
Zijn jaloezie laat zien dat hij weet dat hij niet alleen is.

Jaldabaoth, de hoofdarchont, wilde een mens maken naar de beeltenis van God die hij als spiegeling in water had gezien. Uit stof maakte hij een vorm, maar deze bewoog niet.
Hij heeft de begeerte tot scheppen meegekregen van zijn moeder.
Sophia had berouw over haar daad en kreeg hulp van lichten uit het Allerhoogste.

Diep berouw wordt door het allerhoogste, licht en liefde, gehoord en beantwoordt met genade die een oplossing kan bieden.

Deze lichten begaven zich naar de hoofdarchont en zeiden: ’Blaas je geest in zijn gezicht en het schepsel dat je maakte zal opstaan’. Zo verliet, via de adem, de lichtkracht van de moeder Jaldabaoth en ging het mensenlichaam, Adam, binnen. Het wezen bewoog, vloeide over van licht en straalde zielskracht uit. Deze mens was intelligent en vrij van slechtheid omdat de lichtkracht van de moeder in hem was. God, de Ene, zond zijn geest uit naar Adam, de val van het tekort moest hem uitgelegd worden zodat zijn lichtkracht tot bevrijding kan komen uit het stoffelijke lichaam.
Om tot bevrijding te komen moet men begrip hebben van de oorzaak van het gebonden zijn, het tekort is de val van de geestmens in de stof.

Jezus zei: Als iemand niet begrijpt hoe het lichaam dat hij draagt is ontstaan, zal hij erin omkomen.[v]

Jaldabaoth, jaloers op de lichtkracht van de mens, voert hem weg naar de bodem van alle materie.
Daar smeedden de hoofdarchont en zijn eveneens duistere helpers, met valsheid en begeerte, uit de elementen een nieuwe vorm. Ze brachten Adam in de schaduw van de dood en lokten hem in deze nieuwe vorm. Dit is waaraan we geketend zijn, een namaaksel dat lichaam (lic-haam = vlees-hemd) heet waarin deze rovers de mens vastbonden in ketens van vergetelheid. Zo werd de mens sterfelijk.

Adam werd in het stoflichaam gelokt, Jaldabaoth wekte in hem het menselijke verlangen om in de stof te zijn. Sterfelijkheid is waaraan de mens in de stof, door de archonten, gebonden is. Steeds weer een leven in- en uitgaan, geboren worden in vergetelheid, waardoor we ons niet herinneren wie en wat we werkelijk zijn en een leven leiden van werken en oud worden met gebreken, waarop onvermijdelijk de dood volgt.

Maar het licht zat diep in de mens verborgen en deze lichtkracht wekt zijn denken.
De hoofdarchont plaatst hem in het paradijs, dat hij voorspiegelt als een lustoord, maar deze lust is bitter, het voedsel bedrog en de belofte pijn, lijden en de dood.
Het geheim van de archonten is dat ze de mens pogen om te keren zodat hij het licht van het Ene niet kan kennen. Jaldabaoth wil niet dat Adam kennis krijgt van zijn ware aard, hij plaatst hem onder een verdoving en spreekt: ‘Ik zal de oren van de geest doof maken opdat de mens niet kan begrijpen en zien’.

Wij hebben het licht van God in ons maar de negatieve macht in de wereld houdt ons doof en blind voor onze oorsprong door afleiding en manipulatie. In deze tijd vindt de aansturing heel slim plaats via de massamedia die onze angst voor dood en verlies aanwakkert. Daarbij krijgen we voortdurend afleidende informatie en scholing waarin we nooit iets leren over onze ware aard en herkomst.

Jezus zei: Hij die de wortel van het slechte niet leert kennen, kan er ook geen vreemde voor worden.[vi]

Om het licht uit Adam te verwijderen, maakt Jaldabaoth uit een deel van Adams kracht een schepsel in vrouwengedaante en plaatst haar naast Adam die deze mens, vrouw, als zijn gelijke herkent. De lichtkracht in haar haalde hem over van de boom van kennis te eten zodat ze zich hun herkomst zouden herinneren.
Daarop vervloekte Jaldabaoth hen omdat ze zich gingen schamen voor hun stoflichaam en zei tegen de vrouw: “Je man zal over je heersen” en wierp hen uit het paradijs.
De man heerst over de vrouw, daaruit is veel leed ontstaan. Door de polaire verdeling zijn mannen over het algemeen strijders en jagers geworden. Vrouwen hebben door hun ontvangende pool een wat meer ontwikkelde intuïtie en empathie. Ze schamen zich nu omdat ze weten dat ze als lichtwezens in een stoflichaam gelokt zijn.

Michelangelo, verdrijving uit het paradijs
Jaldabaoth zag de vrouw aan Adams zijde en begeerde haar, ging bij haar binnen en verwekte Kain en Abel.
Hier vindt de eerste verkrachting plaats, een oertrauma dat in de geschiedenis nog vele malen herhaald zal worden, als onderwerping van de vrouw in situaties van overheersing en oorlog.
Kijk nog even terug naar de Statenbijbelteksten over Eva en lees opnieuw haar uitspraak: ‘Ik heb een man van de Heere verkregen’. In dit scheppingsverhaal ontstaan zowel Kain als Abel uit de verkrachting door de overheerser.

Jaldabaoth wekt hierna de seksuele begeerte in Adam zodat er meer mensen zouden ontstaan.
En hij, Jaldabaoth en zijn archonten trachtten de mens en heel de schepping voor eeuwig tot slavernij te brengen, vanaf de grondvesting der wereld tot nu toe.
Hier plant de machtige, die de mens in de materie gevangen heeft, de begeerte in de man. Adam en Eva krijgen een zoon, Seth. De vrouw is een baarmachine geworden om zielen, steeds opnieuw, hiernaartoe te trekken en de archonten als slavenras te dienen. Dit wordt gevoed door de jaloezie van Jaldabaoth op de in ons verborgen lichtkracht, hij wil niet dat wij die ontwikkelen en vrijkomen uit de materie. Daarbij wordt het verlangen als valstrik ingezet want zolang wij stoffelijke verlangens hebben zijn we niet vrij om terug te keren naar de bron. Alle verlangens waarmee we sterven vertalen zich direct in de vorm van een nieuw stoflichaam waarin we die verlangens kunnen uitleven.

Kathaarse kennis
Tijdens mijn bezoeken aan het Zuid Franse katharengebied, vernam ik dat de katharen kennis hadden van dit apocriefe ’Geheime boek van Johannes’ en van de apocriefe teksten van Jezus. Het algemeen bekend dat onder de katharoi, ‘zuiveren’ of ‘pure christenen’, geen verschil gemaakt werd tussen mannen en vrouwen. Naast bonhommes waren er bonnefemmes, goede mannen én vrouwen, ingewijde katharen die kennis hadden van dit alles. Zij leefden celibatair, een bewuste keuze, die het seksuele verlangen laat uitdoven en de daaraan verbonden andere verlangens naar alles wat deze wereld te bieden heeft. Daar konden ze ieder moment in hun leven mee beginnen, jong of op latere leeftijd. Zij oefenden zich in bezitloosheid, goedheid en mededogen als ware navolgers van Christus. De katharen wisten het, het lichaam is sterfelijk, een stofjas die we steeds weer aan- en uittrekken tot we er werkelijk genoeg van hebben. Daar is inzicht en bewustzijn voor nodig en een weg van oefening, iedere dag opnieuw.

Jezus zei: De wereld is een brug. Ga eroverheen, blijf er niet op hangen.[vii]

De katharen hadden diepgaande kennis van de   krachten die deze wereld beheersen, de negatieve kracht noemden zij de demiurg, die een tijd lang over deze wereld mag heersen. Maar daarenboven kenden zij het Goddelijke dat licht en liefde is, allesomvattend, waarin wij verkeren, zoals de gehele schepping erin verblijft.
De demiurg respecteert de vrije wil van de mens niet, grijpt ongevraagd in op onze levens, onze psyche en vrijheid van handelen, als een despoot.
Het allerhoogste, God, licht en goedheid, respecteert onze vrije wil ten volle en rijkt naar ons uit als we een zielenvraag stellen, een gebed omhoog zenden, berouw hebben of dankbaar zijn.
Uit liefde schept God dagelijks mogelijkheden tot inzicht en bewustzijnsgroei waar wij wel of niet op in kunnen gaan.

 

Jezus zei:
Het goede is voorbestemd om tot aanschijn te komen; gezegend hij door wie het verschijnt.
Het kwade is ook bestemd om plaats te vinden; wee degene door wie dat komt
[viii]

Het was de katharen bekend dat wanneer de vrouwen geen kinderen meer zouden krijgen dit slavenbestaan onder de archonten zou stoppen. Natuurlijk konden de machten dit niet toestaan en mede daardoor werden zij, via hun handlangers op de aarde in de vorm van de machtige patriarchale kerk en staat, vervolgd, uitgemoord en op de brandstapel gezet.

Kinderen krijgen is een diep in ons geplant verlangen. De daaruit voortkomende bloedbanden vormen een sterke binding aan het aardse bestaan. Verlangen en begeerte zijn dualiteit, er is altijd sprake van ik en de ander of het andere.
Door bewustzijnsgroei en inzicht kan de wens ontstaan de wereldse verlangens los te laten en gericht te zijn op terugkeer, naar de oorsprong die licht en liefde is. Dit is het pad van de eenling die vol vertrouwen deze weg gaat, zonder zich nog te binden aan meningen en structuren. Dan zal in het leven alles erop gericht zijn deze weg te volbrengen. Alle verlangens waaien weg op de wind. De dualiteit lost op en de werken van de vrouw zijn voorbij.

Jezus zei:

Als jullie de twee tot één maakt
en als jullie het innerlijk maakt als het uiterlijk
en het uiterlijk als het innerlijk,
en het boven als beneden,
en als jullie het mannelijke en vrouwelijke tot één maakt
zodat het mannelijke niet mannelijk zal zijn en het vrouwelijke niet vrouwelijk….
…Dan zullen jullie het Koninkrijk binnen gaan.[ix]

Marianne van den Dungen

Dit artikel is eerder verschenen in Bres nr 328
————————————————————————————————–
[i]  Agrapha: Jezus-woorden, Het Grote Boek der Apocriefen, J. Slavenburg
[ii] Thomas evangelie, Logion 2
[iii] Nederlandse vertaling die het dichtst bij de oude King James bijbe tekst komt.
[iv] NHC II.1 en IV.1, Nag Hammadi Geschriften I, J. Slavenburg en w. Glaudemans
[v]  Als 1
[vi] Als 1
[vii] Als 1
[viii] Als 1
[ix] Thomas evangelie, Logion 22 

 

 

 

Nederlands NL English EN Français FR Deutsch DE Polski PL Español ES